De juiste techniek bij het pistoolschieten
Bij het pistoolschieten zijn de juiste houding, het vuren van het schot en het narichten van groot belang. Toch worden deze zaken vaak onderschat of heeft men ze gewoon niet goed geleerd. Onderstaande probeert enig inzicht te geven in de juiste techniek bij het pistoolschieten (gebaseerd op een rechtshandige schutter). Toch verdient het ook aanbeveling om te rade te gaan bij andere, goede schutters of de schietbaancommandant. Op die manier kunt u zich ontwikkelen toch een goede schutter.
Voor een zeer uitgebreide (Engelstalige) handleiding zie http://www.bullseyepistol.com, 'Perfecting technique' en vervolgens 'Army Marksmanship Training Guide' (klik op het plaatje; PDF-download ook mogelijk: handleiding.zip). Bij enkele personen heeft deze handleiding geleid tot een aanzienlijke verbetering.
De houding
Het is van belang om een zo comfortabel mogelijke houding aan te nemen, die tegelijkertijd de grootst mogelijke stabiliteit geeft. Iedere schutter moet zelf bepalen en ondervinden wat zijn ideale houding is. De verdeling van het lichaamsgewicht moet op een logische manier gebeuren; evenwicht, zwaartepunt en spierkracht moeten met elkaar in overeenstemming zijn. De elleboog moet recht zijn en wapen, hand, pols, arm, schouder, hoofd en bovenlichaam moeten haast een betonnen geheel vormen. De afstand tussen beide voeten moet ongeveer overeenkomen met de breedte van de schouders en de voeten vormen een hoek van 45°. Het bovenlichaam helt iets naar achteren (maar niet teveel). Oog - keep - korrel - doel vormen samen een rechte lijn.
De linkerarm mag niet los van het lichaam hangen (zo gaat immers het evenwicht verloren), maar wordt in de broek- of jaszak gestopt ofwel tussen de broeksriem. Let op de gestrekte arm en het hoofd op natuurlijke wijze achter het vizier houden.
Het komt erop aan de houding te vinden welke haast als vanzelf het wapen zonder bijkomende inspanningen op de plaats brengt van waar het praktisch "zonder moeite" kan afgevuurd worden.
- Starten van een neutrale uitgangspositie;
- Recht tegenover het doel gaan staan, de voeten parallel met de schijf;
- Wapen op ooghoogte brengen;
- Arm strekken in de richting van de schijf;
- Het bovenlichaam op natuurlijke wijze achter de gestrekte arm aandraaien.
Gevolg:
- Automatisch zal één voet naar voren komen om het lichaam weer in balans te brengen;
- Men gaat merken dat na dit alles het lichaam gedraaid is ten opzichte van de cibel tot een hoek van ongeveer 45°;
- De schietarm kan (en mag) alleen veranderen van richting als de voeten en benen van plaats veranderen;
- Nooit uw houding in eerste instantie verbeteren vanuit de arm of de schouder, omdat men zo uiteindelijk terugkomt naar de eerste houding.
Methode om zeker te zijn van een goede houding:
- Met gesloten ogen op het schietpunt gaan staan, en dit in de meest comfortabele houding (zoals hoger beschreven);
- Met nog steeds gesloten ogen mikhouding aannemen;
- De ogen openen en zo nodig verbeteringen aanbrengen.
Overige punten:
- Korrel en keep moet men scherp zien, het doel mag vaag zijn. Het omgekeerde is fout;
- Het richtgebied mag niet te klein genomen worden, vooral in het begin;
- Links en rechts van de korrel moet in de keep evenveel ruimte gelaten worden;
- Neem een "witte" strook tussen het zwart van des schijf en korrel en keep van maximaal een tweetal ringen. Nooit op het zwart mikken, want dan is er geen onderscheid meer tussen keep, korrel en het zwart van de schijf;
- Bij het oefenen probeert men het richtgebied te verkleinen. Oefen eerst op de links-rechts-beweging en daarna op de op-en-neer-beweging. Er zijn daarvoor aangepaste schietschijven te verkrijgen.
Het schot
Het schot moet zeker vertrokken zijn binnen de acht seconden, tellende vanaf het moment dat men het wapen vanuit ruststand naar omhoog brengt. Vanaf dit moment moet ook de druk op de trekker beginnen. Alleen het eerste kootje van de wijsvinger rust op de trekker; dus niet de top van de wijsvinger en ook niet de plooi tussen het eerste en tweede kootje. Door het vele oefenen moet men ertoe komen het schot "onbewust" te laten vertrekken. Dus niet vuren op bevel want dan worden fouten gemaakt.
De baan van de kogel mag niet beïnvloedt worden door het vuren van het schot. Vaak ziet men dat op het laatste moment getrokken wordt aan de trekker, waardoor de loop naar links draait. Om dit tegen te gaan verdient het de aanbeveling om de volgende oefening te gebruiken: zet een kogel bovenop de loop, zorg dat er geen patronen in het wapen zitten en oefen de schietbeweging zodanig dat de kogel niet van de loop af valt.
Het narichten
Narichten is het richten van het pistool volhouden, ook nadat het schot is gelost. Zo is de actie, die ingezet werd met het omhoog brengen van het wapen, het richten en afvuren vervolledigd tot een harmonisch geheel.
Bovenstaande is gedeeltelijk overgenomen en bewerkt van deze website.